Ik kan best wel een potje klagen als ik er zin in heb. En daar ben ik niet de enige in. Mensen die de identiteit aannemen van een sociaal betrokken burger met een hart voor de samenleving kunnen goed klagen over het grote aantal mensen dat zijn geld enkel aan kleding en niet aan goede doelen spendeert, rommel op straat gooit en/of binnen het onderwijs of de baan gaat voor een zesje. En dan hebben we het nog niet over het aantal mensen dat niet stemt, vuile energie gebruikt of scheert met niet-duurzame scheermesjes (oh nee!).
Een onderzoek van Cialdini, Reno en Kallgren uit 1990 laat zien dat dit best risicovol kan zijn. En dat doen ze aan de hand van de theorievorming rondom sociale normen.
Er zijn namelijk twee soorten sociale normen: injunctieve en descriptieve. Injunctieve normen beschrijven wat mensen over het algemeen denken dat ze moeten doen (“Je moet groene energie gebruiken”) en descriptieve normen laten zien wat mensen denken dat anderen doen (“Het overgrote gedeelte van de mensen gebruikt geen groene energie”). Beide zijn (ook op zichzelf staand) effectief: hebben mensen kennis van deze normen, dan laten ze zich hierdoor vaak beïnvloeden. Ten positieve of ten negatieve.
Dit wordt (wederom door Cialdini. Mijn held!) mooi aangetoond met zijn experimenten rondom groene energie. Door te laten zien wat het gemiddelde energiegebruik is en welke ‘buren’ ook energie besparen (hier krijgen ze een descriptieve norm aangereikt) worden burgers verleid om zelf ook energie te besparen. Dit leid tot vrij sterke resultaten.
Hier wordt een injunctieve norm (bespaar energie!) succesvol gecombineerd met een descriptieve (kijk eens, anderen doen het ook!). Jackpot!
Wat gebeurt er echter als een positieve injunctieve norm (“gooi geen afval op de grond!”) tijdens het klagen gecombineerd wordt met een negatieve descriptieve norm (“want de grond ligt al vol met afval!”)? Het zou al duidelijk moeten zijn: de negatieve norm werkt het positieve gedrag tegen. Want het wordt duidelijk gemaakt dat veel anderen wel afval op de grond gooien. Het verbinden van een oproep tot gedragsverandering gekoppeld aan een klacht maakt vooral duidelijk wat de descriptieve norm is.
De positivo’s hebben hier de wetenschap mooi met zich mee: laat zien dat anderen sociaal wenselijk gedrag vertonen en laat het klagen achterwege. Het is een mooie manier om je te verheven te voelen boven anderen en/of frustraties te uiten, maar tot een positieve gedragsverandering leidt het niet snel.
Let op hoezeer dit alles ook bij mij ingebakken zit: ik demonstreer precies waar ik het over heb. Ik laat zien hoe veel mensen klagen en roep ze vervolgens op om dat niet te doen. Oei!