Posts tagged Onderwijs

Posted 4 months ago

Flow & de aantrekkingskracht van games

Werk en onderwijs, ze kunnen beiden vrij saai zijn. Je ziet het veel bij jongeren: liever games dan huiswerk. Waarom zijn werk en onderwijs vaak saai en oefenen games en spelletjes op veel mensen vaak een enorme aantrekkingskracht uit? Het antwoord is flow*.

 Flow diagramme by Mihaly Csikszentmihalyi

Flow is een psychologische term voor een staat van hoge concentratie en motivatie voor een taak die zich uit in: vermaak, het verliezen van het gevoel van tijd en van het zelf-gevoel(bron). Een persoon verkeert in deze staat van zijn als zijn of haar vaardigheden perfect aansluiten op de uitdaging die de persoon voorgeschoteld krijgt. Dit kan gebeuren tijdens het geven van een speech, het sporten, creatieve uitingen, onderwijs en: games. Het is niet altijd makkelijk te bereiken. Zoals hierboven te zien is, kom je in een staat van verveling terecht als je vaardigheden de uitdaging te boven gaan. Als de uitdaging je vaardigheden te boven gaat, kan dit negatieve stress en onrust opleveren. 

Bij onderwijs zetten leerlingen allereerst vaak hun eigen vaardigheden niet in omdat ze passief bezig zijn, en missen ze zo überhaubt de kans om in een flow te raken. Als ze wel uitgedaagd worden, is die uitdaging vaak niet op hun individuele niveau afgestemd omdat onderwijs vaak een massaproduct is. Bij werk komen er niet zelden constant herhalende taken (met steeds dezelfde moeilijkheidsgraad) om de hoek kijken. 

Games dan. Zoals het boek Game Frame laat zien is het unieke aan computerspellen dat, naarmate de speler vordert in het spel en vaardigheden aanleert, het spel hier automatisch op inspeelt. Doordat je in een hoger level terechtkomt of verder gevorderd raakt in het spel. Spellen spelen constant in op de huidige vaardigheden van de speler, en wanneer deze vaardigheid ontbreekt trainen ze de speler erin: deels omdat de speler steeds precies op de voor hem of haar hoogst bereikbare moeilijkheidsgraad blijft. Hierdoor weten ze steeds weer die sweet spot van de flow te raken. 

De mechanismes van games voor werk of onderwijs inzetten kan dus helpen om flow te bereiken. Er is veel debat over het of en het hoe. Iets voor een andere keer…

* Flow is zeker niet het enige, er zitten veel meer aspecten aan games die hen aantrekkelijk maken. Ze spelen bijvoorbeeld vaak actief in op de verbeeldingskracht. 

Posted 10 months ago

Effectiviteit van interventies in een steeds complexere samenleving: onderwijs en onderzoek

De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor “focusgebieden” in het onderwijs en onderzoek: de geldstromen en de aandacht van onderwijs- en onderzoeksinstellingen zouden zich steeds meer moeten concentreren op enkele focusgebieden (bijvoorbeeld life science en food & agro), om die te versterken en om op die manier de internationale concurrentiepositie te verbeteren. Het Rathenau instituut publiceerde een onderzoek hierover (PDF), “Focus en massa in het wetenschappelijk onderzoek: de Nederlandse onderzoeksportfolio in internationaal perspectief”.

Interessante conclusie: het lijkt alsof er weinig verbetering te zien is in de output van de sectoren waarop wordt gefocust, zowel vanuit binnenlands perspectief:

Het beleid van focus en massa lijkt geen structureel effect te hebben gehad op de Nederlandse wetenschappelijke output. Als dat wel zo was geweest,  dan was de verdeling van de output over de onderzoeksgebieden schever  geworden met een sterkere concentratie van de output in een klein aantal  (focus en massa) velden. Maar de output is juist meer divers geworden.

Alswel vanuit het buitenlandse perspectief:

In internationaal perspectief is Nederland niet gespecialiseerd in de meeste  Nederlandse focusgebieden. Alleen in water en genomics heeft Nederland  een comparatief voordeel opgebouwd (een revealed comparative advantage groter dan 100). In het algemeen heeft Nederland juist een sterk comparatief  voordeel in de biomedische velden. De internationale positie van deze  velden wordt sterker, terwijl die van de focusgebieden juist afneemt.

Let wel, het is allemaal relatief:

De geobserveerde ontwikkelingen zijn relatief: in de meeste focusgebieden groeit de Nederlandse wetenschappelijke output, maar in andere landen groeit de output sneller. Het zijn vooral de landen van Zuid- en Oost-Azië  die sterk opkomen in de Nederlandse focusgebieden

De onderzoekers komen dus tot de conclusie dat de huidige aanpak voor de focusgebieden niet afdoende werkt om deze dermate te versterken dat Nederland op deze gebieden een betere internationale concurrentiepositie verwerft. 

Hoe komt dit? Wellicht (dit is een eigen mening) zijn de focusgebieden slecht gekozen: dit waren gebieden wiens output over de loop der jaren al af leek te nemen volgens de gekozen meetmethode van de onderzoekers. De onderzoekers hebben een andere, interessantere stelling, namelijk dat het Nederlandse onderzoeksstelsel redelijk immuun is voor top-down interventies. Dit komt door de manier waarop het systeem is opgebouwd en door de complexiteit van het systeem. Willen we centrale sturing makkelijker maken (is dat wenselijk?), dan moet het systeem anders worden ingericht. 

De onderzoekers hebben onder andere dit erover te zeggen:

Het feit dat het F&M-beleid niet slaagt, is volgens ons niet toe te schrijven aan een gebrek aan tijd of middelen of aan het herlabelen op de werkvloer van het wetenschappelijke onderzoek. We vermoeden dat het uitblijven van een effect op de wetenschappelijke output verklaard kan worden vanuit de complexiteit van het wetenschapssysteem. En dan met name door de veelheid van strategische prioriteiten van andere actoren en de hechte organisatie op het middenniveau. Het grote ‘middengebied’ van het wetenschapssysteem, met de vele regelingen en de verknooptheid van instituties en organisaties, lijkt tot compenserende effecten te leiden. Als het ene veld extra wordt gestimuleerd, past men zich op andere plekken aan. Maar adaptatie vindt ook plaats op andere plaatsen in het wetenschapssysteem, met name in de grote onderzoeksorganisaties, zoals universiteiten, die een grote vrijheid hebben in het verdelen van onderzoeksgelden volgens eigen prioriteiten. Ook de inzet van de FES-middelen overlapt slechts gedeeltelijk met de prioriteiten van de genoemde ministeries. Het resultaat is contra-intuïtief: de focusgebieden groeien niet sterker maar juist zwakker dan gemiddeld.

Blijkbaar is het wetenschapssysteem resistent tegen beleidsinterventies en vinden veranderingen plaats onder invloed van andere mechanismen. Top-down beleidsmaatregelen om specifieke gebieden te stimuleren leiden daarom niet een-op-een tot een gewenst effect, maar worden door complexe interactie tussen een veelheid aan actoren in het wetenschapssysteem geabsorbeerd. Het Nederlandse wetenschapssysteem wordt gekenmerkt door een hoge mate van lokale autonomie in thematische keuze, zoals in de besteding van de eerste en tweede geldstromen. Als de overheid bepaalde velden extra stimuleert, terwijl universiteiten tegelijkertijd strategisch voor ander velden kiezen, NWO zijn eigen prioriteiten stelt en de FES-geldentoekenning een eigen strategische logica heeft, dan resulteert dat in tegenstrijdige interventies met mogelijk onbedoelde effecten. De sturende invloed van de overheid (top-down) lijkt klein. Omdat regie en coördinatie dominanter zijn dan concurrentie tussen onderzoekers, lijkt ook de invloed van de bottom-up dynamiek tanende. De vraag is of dat op de lange termijn voor het Nederlandse wetenschapssysteem niet erg nadelig kan uitpakken. Sterkere centrale regie, gecombineerd met meer decentrale vrijheid, kan dan een oplossing zijn. 

Het rapport is het lezen waard, om inzicht te krijgen in de krachten en zwaktes van het Nederlandse onderzoek op internationaal vlak. Maar de discussie over de interventies raakt vooral mijn interesse, omdat het weer een bewijs is van de toenemende complexiteit van de samenleving en het daaraan gekoppelde afnemen van de effectiviteit van top-down interventies. Alles wat de skepsis over simpele oplossingen doet toenemen is welkom!

Posted 1 year ago

ScienceDaily: Frequency and cost of copying college homework revealed

Dit artikel is een goede toevoeging aan deze post. Het laat zien welke groepen het meeste risico lopen om plagiaat te plegen - daarmee laat het zien dat kopiëren ondanks de eerder genoemde oorzaken binnen het aangeboden onderwijs, ook veel met de mentaliteit van een student te maken heeft. Aan de andere kant, biedt het artikel ook aanknopingspunten voor het bekritiseren/veranderen van het aanbod:

But the KU researcher and his MIT colleagues also demonstrated that changes to college course formats — such as breaking up large lecture classes into smaller “studio” classes, increasing interactions between teaching staff and students, changing the grading system — could reduce student copying fourfold. 

Posted 1 year ago

Steeds meer plagiaat

Volgens een artikel in de New York Times wordt plagiaat steeds normaler en steeds meer studenten maken zich er schuldig aan. Bovendien zien veel het als onschuldig: 

Perhaps more significant, the number [of undergraduates] who believed that copying from the Web constitutes “serious cheating” is declining — to 29 percent on average in recent surveys from 34 percent earlier in the decade.

De toename komt natuurlijk voor een behoorlijk deel voort uit de veranderde aard van de informatievoorziening:

“Now we have a whole generation of students who’ve grown up with information that just seems to be hanging out there in cyberspace and doesn’t seem to have an author,” said Teresa Fishman, director of the Center for Academic Integrity at Clemson University. “It’s possible to believe this information is just out there for anyone to take.”

Een verontrustende trend, of niet? Het verdient geen pluim: het mag verondersteld worden dat mensen op de hoogte zijn van vrij normale regels van onze maatschappij en binnen hun omgeving, en dat zij zich daaraan pogen te houden.

Echter, in een samenleving waar veel informatie zo makkelijk te vergaren is dat het niet standaard meer is dat iemand deze kennis in zijn hoofd moet hebben, wordt het minder vanzelfsprekend om scholieren en studenten te vragen deze kennis uit hun hoofd te leren en vervolgens op te schrijven. Te vaak krijg je een opdracht, waar je niet voor na hoeft te denken, maar enkel een zoekmachine voor op hoeft te starten. Vervolgens is het een kwestie van een tekst die er al goed genoeg uitziet te herschrijven in eigen woorden. Zo zijn scholieren en studenten steeds bezig met het herschrijven van tekst. Dan is de verleiding groot om de tekst gewoon te kopiëren. Voor het opdoen van vaardigheden is er dan tussen herschrijven en kopiëren voor de student niet zoveel verschil te bemerken. Dan is de conclusie dat het vast geen zwaar misdrijf is vrij snel getrokken door deze student. (Dit laat niet weg dat er natuurlijk nog veel ernstigere vormen van plagiaat zijn dan bijvoorbeeld een definitie van Wikipedia kopiëren)

De wijze waarop opdrachten aangeboden moet worden, en de vaardigheden die studenten moeten leren op het middelbaar en hoger onderwijs, moet wellicht aangepast. 

Professor Mazor van Harvard weet dit waarschijnlijk ook (het punt gaat over onthouden, maar als “memory” met “internet” vervangen wordt gaat het net zo goed op): 

He threw out his lectures in his introductory physics class when he realized his students were not absorbing the underlying principles, relying instead on memory to solve problems. His classes now focus on students working in small groups.

“When I asked them to apply their knowledge in a situation they had not seen before, they failed,” Professor Mazur said. “You have to be able to tackle the new and unfamiliar, not just the familiar, in everything. We have to give the students the skills to solve such problems. That’s the goal of education.”

Plagiaat blijft fout. Maar de vraag is wie het slechtste bezig is: studenten, of onderwijsaanbieders. Het laatste woord laat ik aan Nick Mamates, die vroeger voor een mooi bedragje een mooi verslag in elkaar flanste voor iedere student die daar open voor stond

There’s another reason I never felt too badly about the job, though I am pleased to be done with papers. The students aren’t only cheating themselves. They are being cheated by the schools that take tuition and give nothing in exchange.