Posts tagged sociale psychologie

Posted 8 months ago

Klagen voorkomt slagen

Ik kan best wel een potje klagen als ik er zin in heb. En daar ben ik niet de enige in. Mensen die de identiteit aannemen van een sociaal betrokken burger met een hart voor de samenleving kunnen goed klagen over het grote aantal mensen dat zijn geld enkel aan kleding en niet aan goede doelen spendeert, rommel op straat gooit en/of binnen het onderwijs of de baan gaat voor een zesje. En dan hebben we het nog niet over het aantal mensen dat niet stemt, vuile energie gebruikt of scheert met niet-duurzame scheermesjes (oh nee!). 

Een onderzoek van Cialdini, Reno en Kallgren uit 1990 laat zien dat dit best risicovol kan zijn. En dat doen ze aan de hand van de theorievorming rondom sociale normen. 

Er zijn namelijk twee soorten sociale normen: injunctieve en descriptieve. Injunctieve normen beschrijven wat mensen over het algemeen denken dat ze moeten doen (“Je moet groene energie gebruiken”) en descriptieve normen laten zien wat mensen denken dat anderen doen (“Het overgrote gedeelte van de mensen gebruikt geen groene energie”). Beide zijn (ook op zichzelf staand) effectief: hebben mensen kennis van deze normen, dan laten ze zich hierdoor vaak beïnvloeden. Ten positieve of ten negatieve. 

Dit wordt (wederom door Cialdini. Mijn held!) mooi aangetoond met zijn experimenten rondom groene energie. Door te laten zien wat het gemiddelde energiegebruik is en welke ‘buren’ ook energie besparen (hier krijgen ze een descriptieve norm aangereikt) worden burgers verleid om zelf ook energie te besparen. Dit leid tot vrij sterke resultaten. 

Hier wordt een injunctieve norm (bespaar energie!) succesvol gecombineerd met een descriptieve (kijk eens, anderen doen het ook!). Jackpot! 

Wat gebeurt er echter als een positieve injunctieve norm (“gooi geen afval op de grond!”) tijdens het klagen gecombineerd wordt met een negatieve descriptieve norm (“want de grond ligt al vol met afval!”)? Het zou al duidelijk moeten zijn: de negatieve norm werkt het positieve gedrag tegen. Want het wordt duidelijk gemaakt dat veel anderen wel afval op de grond gooien. Het verbinden van een oproep tot gedragsverandering gekoppeld aan een klacht maakt vooral duidelijk wat de descriptieve norm is. 

De positivo’s hebben hier de wetenschap mooi met zich mee: laat zien dat anderen sociaal wenselijk gedrag vertonen en laat het klagen achterwege. Het is een mooie manier om je te verheven te voelen boven anderen en/of frustraties te uiten, maar tot een positieve gedragsverandering leidt het niet snel. 

Let op hoezeer dit alles ook bij mij ingebakken zit: ik demonstreer precies waar ik het over heb. Ik laat zien hoe veel mensen klagen en roep ze vervolgens op om dat niet te doen. Oei!

Posted 9 months ago

Verkiezingen: Het inschakelen van een positief zelfbeeld vergroot de opkomst

‘Motivating voter turnout by invoking the self’ van Bryan et al., gepubliceerd in PNAS [PDF], is een bijzonder interessant onderzoek waarvan de inzichten, dunkt mij, relevant zijn voor een ieder die zich met vraagstukken rondom burgerlijke participatie en gedragsverandering bezig houd. 

De amerikaanse onderzoekers hebben een drietal experimenten uitgevoerd. In ieder experiment werden potentiële kiezers een enquête voorgelegd. Één groep kreeg een enquête voor de neus met de vraag “How important is it to you to vote in the upcoming election?”. De andere kreeg nagenoeg dezelfde vraag, maar net iets anders: “How important is it to you to be a voter in the upcoming election?”. 

Een bijvoeglijk naamwoord (stemmer) of een werkwoord (stemmen). Dat is van weinig betekenis toch, zou je denken? Niet dus. De onderzoekers zagen onder degenen die de enquête met het  bijvoeglijk naamwoord hadden ingevuld een verkiezingsopkomst die 10-14% hoger was dan die van de ‘werkwoorders’. Dan gaat het dus om een algemene verkiezingsopkomst die van 81.1% naar 95.5% gaat. Da’s niet mis!

Hoe komt dit? Identiteit is in deze het sleutelwoord. Mensen hebben een behoefte om hun eigen identiteit vorm te geven. Mensen vragen of ze gaan stemmen reikt hen geen woorden aan om hun identiteit mee te verrijken. Het roept op tot een handeling en impliceert hoogstens dat dit sociaal wenselijk gedrag is1. Door een potentiële identiteit aan een gedrag te koppelen (die van ‘stemmer’) wordt dit gedrag een statement waarvan het duidelijk is dat de eigen identiteit ermee verrijkt wordt. En, belangrijk: de eigen identiteit komt hiermee meer in lijn te liggen met de identiteit die de meeste individuen al zoeken:

Previous research has shown that people have a strong desire to see themselves as competent, morally appropriate, and worthy of social approval (4–11). They also see voting as appropriate and socially desirable (12, 13). Thus, being the kind of person who votes may be seen as a way to build and maintain a positive image of the self to claim a desired and socially valued identity.[Bryan et al., 2011]

Ik zou hierin met enig risico (ik ben geen psycholoog) nog iets verder willen gaan. De moeite doen om iemand op te roepen om op een bepaalde manier te handelen, draagt de boodschap in zich dat deze handelswijze niet vanzelfsprekend is. Anders was deze ‘herinnering’ niet nodig. Het aanreiken van een identiteit impliceert dat er anderen zijn die deze identiteit ook hebben aangenomen en impliceert hierdoor het bestaan van een sociale norm. 

Wat betekent dit onderzoek? Het onderzoek impliceert ten eerste dat mensen hun identiteit sterker verbinden aan een beschrijving met een bijvoeglijk naamwoord dan met een werkwoord. En het is hier niet het eerste onderzoek in. Wil je mensen hun identiteit beïnvloeden of bevestigen, om hen te verleiden tot een bepaald soort gedrag, dan is dat handig om mee te nemen. 

Ook suggereert het beschreven fenomeen de validiteit van het sociaal-psychologische begrip van ‘consistentie’: men is sterk geneigt te handelen naar het beeld dat zij van zichzelf en anderen van hen hebben. Wordt een handeling voorgesteld zonder dat deze deel is van iemand hun identiteit dan is er een kleinere kans dat deze wordt uitgevoerd. Een handeling voorstellen en duidelijk maken dat deze een verbetering van de identiteit betekent heeft een grotere kans van slagen. Datzelfde zal denk ik gelden voor een handeling waarvan geïmpliceert is dat deze nodig is om de identiteit in stand te houden. Hoe het zit met een handeling waarvan het handelen binnen de identiteit valt maar waarvan het (niet) uitvoeren geen consequenties heeft, is mij onduidelijk.

Als laatst laat het zien hoe sterk de wens van mensen is om een sociaal wenselijke identiteit aan te nemen, en dat hen die kans gunnen kan leiden tot sociaal wenselijk gedrag. Dit heeft consequenties voor verkiezingen, zoals zojuist gedemonstreerd. Maar het zal ook invloed hebben op andere vormen van participatie. Wil je iemand verleiden om zich in te zetten voor de wijk? Zorg voor een bijeenkomst voor iedereen die een ‘actieve bewoner’ wil zijn. Wil je mensen verleiden om geld te geven aan goede doelen? Noem diegenen die hen voorgaan bijvoorbeeld een ‘filantroop’ of een ‘gulle gever’. 

En nu: …wees alsjeblieft een reageerder!

Voetnoot: 1. Let wel, ook dat kan handig zijn. De onderzoekers zijn licht verbaasd dat ook de werkwoord-vraag de opkomst verhoogde (relatief gezien, richting mensen die helemaal geen enquête hebben ingevuld) en proberen dit op een aantal manieren te verklaren. Als absolute psychologie-leek draag ik een verklaring aan die zij niet nomen. Iemand het bestaan van een “injunctieve sociale norm” (Injunctieve normen beschrijven wat mensen over het algemeen denken dat ze moeten doen) kenbaar maken verhoogd de kans dat iemand zich naar dat gedrag voegt. De enquête maakt deze norm wellicht niet expliciet kenbaar, maar door iemand naar de wenselijkheid van een bepaald gedrag (stemmen) te vragen, waarvan mensen bovendien al wel ergens weten dat het wenselijk is (een injunctieve norm!), wordt wellicht zo’n injunctieve norm geïmpliceert. 

Posted 1 year ago

Social Proof en milieumaatregelen

Dit blog heeft net beschreven hoe “social proof”, oftewel de neiging van mensen om te bepalen wat correct (gedrag) is door te kijken wat anderen vinden, een invloed heeft op hoe snel mensen ingrijpen in een gevaarlijke situatie. Een artikel uit The Atlantic Monthly van Juli vorig jaar laat een interessante manier zien om dit principe te gebruiken om verandering te bewerkstelligen. 

Allereerst, hoe zorg je dat mensen hun handdoeken hergebruiken? Simpel, wijs hen op wat andere mensen doen:

A few years ago, Cialdini, a professor at Arizona State University, conducted a study in several Phoenix hotels comparing the effects of those ubiquitous hotel-bathroom placards that ask guests to reuse towels, testing four slightly different messages. The first sign had the traditional message, asking guests to “do it for the environment.” The second asked guests to “cooperate with the hotel” and “be our partner in this cause” (12 percent less effective than the first). The third stated that the majority of guests in the hotel reused towels at least once during their stay (18 percent more effective). The last message was even more specific: it said that the majority of guests “in this room” had reused their towels. It produced a 33 percent increase in response behavior over the traditional message.

Dit principe is op meer - en meer invloedrijke - toe te passen. Cialdini, van wie volgens mij het hele concept van Social Proof afkomstig is, past hetzelfde principe toe op het energiegebruik van huishoudens:

Positive Energy, a company that has drawn on his work (he’s the chief scientist), has created software that assesses energy usage by neighborhood. Results are sent to consumers on behalf of their local utility, praising you with a row of smiley faces (you’ve used 58 percent less electricity than your neighbors this month!) or damning you with none (you used 39 percent more electricity than your neighbors in the past 12 months, and it cost you $741 extra).

En het lijkt te werken:

Keeping up with the Joneses may be cliché, but it seems to work: in Sacramento, where Positive Energy began its pilot program with the Sacramento Municipal Utility District in 2008, people who received personalized “compared with your neighbors” data on their statements reduced their energy use by more than 2 percent over the course of a year. In energyspeak, a 2 percent reduction is huge; with the pilot sample of 35,000 homes, it’s the equivalent of taking 700 homes off the grid. 

Is het een idee om dit concept naar Nederland te halen, en ook toe te passen op andere gebieden?

Al moet je je afvragen in wat voor soort maatschappij je terechtkomt als iedereen dit gaat doen, en bij alles je om de oren wordt geslagen met wat “de gemiddelde Nederlander” doet…

Posted 1 year ago

Sociale actie en het omstanders-effect

Een probleem binnen onze samenleving is dat er, om voor verandering te zorgen, vaak een collectieve inzet vereist is. Mensen weten dat maar al te goed, en dit zorgt voor apathie en stilzitten. Een individuele handeling maakt toch niet zoveel uit? Als ik iets probeer te veranderen, zal ik daar niet alleen in staan?

Iedereen heeft wel eens een situatie meegemaakt waarin iets raars gebeurd op straat, maar niemand grijpt in. Er is veel psychologisch onderzoek gedaan naar dit fenomeen, het ”bystander effect”. Het heeft veel te maken met het eerdergenoemde probleem. 

Psychologisch onderzoek heeft aangetoond dat dit een waarlijk bestaand fenomeen is. Experimenten toonden aan dat, wanneer mensen getuige waren van gevaarlijke situaties, ze of niet, of veel later ingrepen. 

Waarom grijpen mensen niet in bij gevaarlijke situaties? Het is niet per se omdat men zelf bang is zelf de dupe te worden: dan zou het juist veiliger moeten aanvoelen als er meer mensen zijn.

Binnen de sociale psychologie worden, naast onduidelijkheid van een situatie, onder andere de volgende redenen worden opgegeven:

- Diffusie van verantwoordelijkheid: als je in je eentje bent, ben jij de hoofdverantwoordelijke om in te grijpen. Als het fout gaan en je greep niet in, voel je je de hoofdverantwoordelijke. Hoe meer mensen er zijn, hoe minder die verantwoordelijkheid gevoeld wordt. 

- Pluralistische onwetendheid: Een fenomeen waarbij mensen denken dat zij afwijken van de groepsnorm, en anders denken dan de groep. Anderen zien er wél zelfverzekerd uit, dus zullen zij zich zo voelen. Dit speelt op in noodsituaties: men ziet dat andere mensen niet ingrijpen of niet overtuigd lijken van de nood van de situatie. Hieruit wordt geconcludeerd dat ingrijpen niet noodzakelijk is of de situatie niet ernstig. Het principe van Social proof stelt dat mensen bij onzekere situaties bewust of onbewust afgaan op wat anderen (lijken te) denken. Daarnaast betekent ingrijpen afwijken van de groepsnorm. Over het algemeen houden mensen zich aan deze norm. 

Deze twee fenomenen kunnen op macroniveau worden toegepast om inzicht te krijgen in het gebrek aan positieve maatschappelijke verandering. Diffusie van verantwoordelijkheid zorgt er allereerst voor dat ingrijpen voor een individu minder belangrijk lijkt. Vindt het individu het echter belangrijk, dan zorgt de pluralistische onwetendheid ervoor dat het denkt dat het alleen staat in zijn wens tot verandering. 

Het lichtpunt is dit: de sociale psychologie laat zien dat als niets doen de norm is of lijkt, er minder snel wordt ingegrepen, met vervelende situaties tot gevolg. Dit betekent ook het omgekeerde: zelf ingrijpen helpt de norm ten positieve te veranderen. Door zelf in te grijpen in gevaarlijke situaties, of maatschappelijke, en het goede voorbeeld te geven, wordt de norm veranderd en wordt de kans dat anderen meedoen groter. Dit wordt onderschreven door onderzoekers. Dus: zorg voor een goed voorbeeld!

Interessante vraag die dit oproept:

- Kan deze informatie worden gebruikt om met slimme “social engineering” ervoor te zorgen dat mensen sneller ingrijpen? Een beetje zoeken laat zien dat er veel informatie op dit gebied te vinden is. 

Mogelijk interessant:

- Greater Good: Bystander Effect

- De kracht van groepen: normen en rollen

- 500 tips on group learning

Update voor wat verduidelijking op 2 augustus. Fusilleren was geen goed voorbeeld.